Een kleine roadtrip met de scooter bracht ons naar het noorden van Sri Lanka. Een gedeelte van het land dat pas sinds een aantal jaar geopend is voor publiek. Een gedeelte waar ook veel Singalezen nog nooit zijn geweest. De burgeroorlog van Sri Lanka die 25 jaar heeft geduurd was hier de reden voor. Een oorlog tussen de grootste bevolkingsgroep van Sri Lanka, Singalezen en een kleinere groep, Tamils. De Tamils wilden onafhankelijkheid in het noordoosten van Sri Lanka. Tijdens deze burgeroorlog kwamen 70.000 mensen om het leven en 100.000 mensen werden uit hun woning verdreven. Sinds 2009 is de oorlog afgelopen, maar de gevolgen zijn nog overal tastbaar. Veel wegen waren door de oorlog verwoest, waardoor mensen voor een lange tijd niet in het noorden konden reizen. Nu zijn de wegen opnieuw aangelegd. Door deze perfecte wegen verliep onze scooter roadtrip heel soepel. We verbleven een nacht op het eiland Mannar. Hoe wel de oorlog het hele land heeft aangetast, is er in het noorden de meeste schade aangericht. In 5 gebieden in het noorden, waaronder Mannar en Jaffna, waren de Tamiltijgers gevestigd en daarmee een doelwit voor de regering (Singalezen). Mannar is daarbij maar 30 kilometer van India verwijderd en werd vanwege de locatie een belangrijk punt voor vele vluchtelingen. De grote moslimbevolking van het eiland werd verdreven door de Tamiltijgers en landmijnen werden overal geplaatst. Tot op heden is daar 97% van verwijderd. Mannar is een van de gebieden van Si Lanka dat na een enorme sleur van de oorlog economisch gezien ver achter ligt op de rest van het land. Hoewel het enige tijd zal duren, is het gebied zich wel aan het ontwikkelen. Stapje voor stapje. Maar hulp is nog altijd nodig.

Overal in Mannar lopen ezels op straat. Dit was voor mij een verassing want nergens in Azië heb ik ezels over straat zien lopen tussen al het drukke verkeer. Wel koeien, buffels, geiten en apen, maar geen ezels. Deze ezels zijn hier ooit naar toe gebracht om op het land te werken, vervolgens waren ze niet meer nodig en nu zwerven ze dus verwaarloosd door de stad. En deze ezels zijn er slecht aan toe. We zagen een ezel op straat, al leunend met zijn hoofd tegen een stuk beton maakte hij met z’n voorpootje moeilijke rek en strek bewegingen. Wat is er aan de hand? Heeft hij honger of dorst? We gaven hem wat fruit en toen zagen we het. Z’n linker voorpootje was helemaal naar de andere kant gedraaid. We stonden er bij en keken er naar want we hadden geen idee wat we moesten doen. Twee mannen kwamen erbij staan en ze zeiden dat we niets konden doen, dat in ons land een dier misschien naar een dierenarts werd gebracht maar hier niet, dit is een arm gebied waar zelfs mensen op straat leven, laat staan dat er geld is om een ezel naar een dierenarts te brengen. Door het zien van deze ezel waren onze ogen geopend en viel het ons op dat er veel meer ezels waren die rond hinkten omdat hun pootje gebroken was of langs de kant in de hitte lagen omdat ze niet meer konden staan. Een probleem wat inderdaad nooit in Nederland zou kunnen bestaan. We bezochten een dierenarts en zij vertelde ons dat we naar een soort raadsman moesten gaan om een formulier te krijgen waarin we toestemming vroegen om een ezel van de straat te halen. Achteraf bleek dat dit nodig is omdat ezels illegaal van de straat worden gehaald, geslacht worden en vervolgens aan China worden verkocht waar ezelvlees een delicatesse is. We gingen terug naar ons guesthouse en puur toevallig ontmoetten we daar een andere gast die een vrijwilligster is voor Bridging Lanka.

‘Bridging Lanka’ is een organisatie die is opgericht door de ellende die de Tsunami tijdens de kerstdagen in 2004 met zich mee bracht. Rondom Mannar verzorgden ze noodvoorzieningen op het hoogtepunt van de ramp, tijdelijke huisvesting en boden ze hulp voor herstel van de ontwikkeling van de gemeenschap op lange termijn. Het mooie aan Bridging Lanka is dat ze allemaal kleine projecten hebben waarbij de focus op de lokale bevolking ligt. Al deze projecten zijn op een bepaalde manier gelinkt en het doel is dan ook om mensen samen te brengen, samen te laten werken zodat ze samen kunnen stijgen op de maatschappelijke ladder.

De organisatie heeft zich onder andere toegewijd aan het ezel-probleem in Mannar en dankzij Bridging Lanka zijn er al 15 (!!) ezels van de straat gehaald. Deze ezels zijn goed verzorgd, krijgen dagelijks eten en drinken en zijn nu weer helemaal opgeknapt. Op een stuk grond dat tot Bridging Lanka behoort, lopen zij nu lekker rond wat natuurlijk veel beter is dan tussen de razende scooters, auto’s en tuktuks. En na 2 lange jaren heeft de organisatie eindelijk toestemming gekregen om op dit stuk grond een ezel kliniek te bouwen. Hier kunnen ezels in de toekomst onderzocht, behandeld, getemd en getraind worden. En dit project zorgt natuurlijk ook weer voor meer werk. Zo zijn er straks, als het aantal ezels groeit, meer mensen nodig om ze te verzorgen en is het een plek waar dierenartsen in opleiding kunnen leren. We mochten een dag mee kijken ‘achter de schermen’ van de organisatie. We bezochten de ezels en kregen een rondleiding door de denkbeeldige ruimtes van de ezelkliniek. Daarnaast worden de ezels gebruikt voor therapie. Net zoals paarden en dolfijnen verbeteren ook ezels het fysieke, mentale en emotionele welzijn van kinderen en dan vooral kinderen met een handicap. Door de interactie met ezels verbeteren kinderen bepaalde vaardigheden betreffende henzelf en communicatie met anderen, zoals zelfvertrouwen, zelfbewustzijn, empathie, interactie, teamwork en omgaan met woede, verdriet of angst. We bezochten het centrum voor ezeltherapie dat gelegen is naast een school voor kinderen met speciale behoeften. Het centrum was 3 dagen daarvoor geopend.

Ook brachten we een bezoek aan Stella die samen met haar dochter en haar moeder in een mooi huis woont. Binnen in de woonkamer werden stoelen bij elkaar geschoven, waar we met z’n allen in een kring gingen zitten terwijl Stella en haar dochter ons thee en koekjes aanboden. Toen kregen we het verhaal van Stella te horen. Stella is weduwe, haar man stierf tijdens de oorlog en hun huis was verwoest. Met z’n drieën woonden ze in een soort hutje langs de straat, wat amper een huis te noemen was. Dankzij Bridging Lanka werden weduwen bij elkaar gebracht en konden zij als een team in de keuken, door hard te werken, een vast maandelijks inkomen verdienen. Hierdoor kon Stella haar eigen huis bouwen, waar wij in een kringetje onze thee dronken en koekjes aten. Ze verfden binnen de muren roze omdat het een huis is waar alleen maar vrouwen wonen en maakten een gat in de muur tussen de keuken en de woonkamer in de vorm van een hartje.

img_3529-1

Ze had een fiets en bracht haar dochter naar school, maar dit was best wel een eind van hun huis. Uiteindelijk had ze genoeg verdiend om een scooter aan te schaffen om haar dochter naar school te brengen. En zo kunnen deze vrouwen die niets hadden; geen man en nauwelijks een huis, alleen elkaar, langzaam groeien in hun sociale status. We bezochten een stuk grond vlak bij een school dat nu nog braak ligt maar waar over een jaar een gemeenschappelijke keuken wordt gebouwd met een restaurant, waarin deze vrouwen druk bezig zullen zijn met het bereiden en verkopen van traditionele Tamil gerechten.
Daarnaast worden er kookworkshops gegeven gericht op gezond eten, minder suiker etc. Diabetes is namelijk een groot en groeiend probleem in Sri Lanka. De bedoeling is dat vrouwen deze gerechten thuis voor hun families ook gaan koken.

Vervolgens bezochten we een molen waar rijst, rijstmeel, kerrie en chilipoeder gemalen werd. De eigenaren waren met hun families tijdens de oorlog gevlucht en toen ze terug kwamen was er niets meer over van hun bezittingen. Bridging Lanka bood hun een lening aan om de rijstmolen te bouwen en om machines te kopen. Het rijstmolen-project is met grote sprongen vooruit gegaan en tegenwoordig brengen niet alleen mensen uit de omgeving maar ook daar buiten, hun rijst naar deze rijstmolen om te verwerken, omdat de kwaliteit hier het beste is.

Tot slot werden we uitgenodigd voor een lunch bij een familie in een islamitisch dorpje buiten het centrum. Het huis bestond uit één grote ruimte wat de eetkamer was en 2 kleinere ruimtes. In een ruimte leefde de familie; moeder, dochter en zoon en diens gezinnen. De andere ruimte was omgebouwd tot een computerlokaal. Het is logisch dat wereldwijde veranderingen nog niet in een gebied als Mannar zijn doorgekomen. IT-vaardigheden en Engelse vaardigheden zijn hier dan ook nihil. Via Bridging Lanka zijn er een x aantal computers vanuit Australië gedoneerd en hebben zij computerlessen gegeven aan een klasje van 27 mensen uit het dorpje. Eén van die 27 mensen is de zoon waar wij lunch hadden. De betrokkenheid van Bridging Lanka ging van 100% naar 0%, en nu geeft die zoon in een van de twee kamers van zijn huis zelfstandig computerlessen. Er worden hier lessen gegeven aan imams, zodat deze religieuze leiders leren omgaan met een computer en daarmee hun kennis kunnen verbreden zodat zij de kloof tussen oude overtuigingen en het moderne leven kunnen overbruggen. Beginnend met imams en vervolgens uitbreiden met andere religieuze leiders, zo probeert dit project deze invloedrijke groep ‘op de hoogte te stellen’ van gespreksvaardigheden, jongeren te bereiken, oude teksten te interpreteren in de moderne tijd en actief deel te nemen aan nationale en wereldwijde gesprekken die hun realiteit vorm geven.

Onze lunch was heerlijk; rijst, curry, vis en allemaal verschillende groentes. En de groentes uit eigen tuin! Ze zijn namelijk een jaar geleden begonnen met hun enorme moestuin, waar wij natuurlijk ook nog een bezoekje aanbrachten.

Dit was werkelijk een ongelofelijk prachtige dag. Het is fantastisch om te zien hoe een organisatie wat maar uit een klein team van 10 mensen bestaat, zo een verschil kan maken. Ze bieden de hulpmiddelen aan, begeleiden en geven die laatste duwtjes in de rug, zodat lokale mensen op hun eigen benen kunnen staan, groeien en hun kennis door kunnen geven. Dit zijn nog maar een handje vol projecten, maar ze hebben er nog veel meer. Ik vond het gaaf om een kijkje te nemen achter een eerlijke organisatie, waar hart en ziel in worden gestoken en waar werkelijk prachtige dingen worden waar gemaakt. Elk project dat we bezochten gaf ons kippenvel momentjes, omdat we zagen hoe een donkere situatie uiteindelijk na veel vallen en op staan, verlicht werd. Zoals ik al zei, stappen worden gezet maar hulp is nog altijd hard nodig. Misschien wil je wel helpen en een klein bedrag doneren. Of een groot bedrag. Misschien wil je wel een ezel adopteren. Dat kan. Dan wordt er een ezel in jouw naam van de straat in Mannar gehaald en dan krijgt hij de dagelijkse zorg en aandacht die hij nodig heeft. En je mag hem ook een naam geven. Of misschien ben je gewoon geïnteresseerd en wil je meer informatie. Dat kun je allemaal vinden op hun website:
http://www.bridginglanka.org/

Advertenties

Een kleine roadtrip met de scooter bracht ons helemaal naar het noorden, naar Jaffna. Een kustplaats dat na het einde van de burgeroorlog in 2009 weer open is voor toeristen. Nog altijd wordt het noorden van Sri Lanka minder bezocht dan het zuiden. Dit authentieke deel van Sri Lanka heb ik alleen maar als positief ervaren. Dit komt waarschijnlijk door de locals. Ik zou willen dat ik van alle mensen die naar me hebben gelachen een foto had. Aangezien hier niet veel toeristen komen zijn de locals ontzettend nieuwsgierig. En echt alleen maar op een positieve manier. Ze zijn vriendelijk, gastvrij en lachen dus veel naar je. En dan heb ik het niet over een bescheiden glimlachje. We bezochten een paar eilandjes nabij Jaffna met een klein bootje. Hier zouden we weer het spelletje “hoeveel mensen passen er op een boot” kunnen spelen, want net als met de bus en de trein raakt ook een klein bootje nooit vol. Met z’n allen zaten we op grond, kinderen hingen over hun moeders heen en er werd voor vertrek ook nog even een scooter aan boord getild. Maar het was gezellig! Terwijl we aan het varen waren werden koekjes uitgedeeld en een groepje jongens begon “My heart will go on” van de Titanic te zingen, met de songtekst erbij. Na 45 minuten varen bereikten we Delft. Ja dat is grappig, Sri Lanka heeft ook een Delft. Een stukje geschiedenis; in 1658 veroverden de Nederlanders Jaffna. 8 eilanden voor de kust werden naar Nederlandse steden genoemd. Tijden zijn veranderd, maar het eiland Delft wordt nog vaak bij zijn oude naam genoemd. We werden een aantal uur per tuktuk rondgereden en zagen daarbij het hele eiland, dat er erg verlaten bij ligt. We zagen veel koloniale restanten, waaronder een Nederlands fort, veel muurtjes gemaakt van koraal en wilde paarden.

Op een ander eilandje bezochten we een ontzettend gave Hindoe tempel. Ik heb tijdens mijn reis al heel wat tempels gezien. De meeste hiervan waren Boeddhistisch. Het Hindoeïsme is voor mij eigenlijk nieuw en ik zag deze invloed pas voor de eerste keer in Nepal. De Hindoe tempels hier in Sri Lanka zijn weer anders. Ontzettend kleurrijk, heerlijk bond. Ik hou ervan! Het is heel mooi om te zien en om alle kleine details te bekijken.

img_3633

Weer terug aan land moesten we nog een uur terug rijden naar Jaffna. Hierbij gingen we over de Kayts eilanden via een soort dijk en werden we getrakteerd op een prachtige zonsondergang. Wat een heerlijke dag was dit!

img_3686

 

In Sri Lanka had ik mijn allereerste Workaway-ervaring. Deze website is een platform voor aan de ene kant kleine bedrijfjes, boerderijen, hostels, community centers etc. die op zoek zijn naar vrijwilligers en aan de andere kant reizigers die op zoek zijn naar goedkope/gratis accommodatie en maaltijden tijdens hun reis. Via deze site kwam ik in een ontzettend leuk hostel terecht, dat niet aanvoelde als een hostel. “Jungle Vista” is een plek gebouwd door reizigers voor reizigers. Aangezien er geen muren zijn, heb je het gevoel dat je echt buiten slaapt. Je komt heel dicht bij de natuur dus ’s ochtends word je wakker van het licht van de zon die opkomt, het geluid van pauwen, het geritsel van eekhoorntjes die over de balken rennen of het gefluit van de vogels. Er zijn ook aapjes die in de bomen met hun familie rondslingeren. De naam “Jungle Vista” is dan ook wel erg toepasselijk. Alles is ontzettend leuk gemaakt en er is een stevige portie creativiteit aan te pas gekomen. Lekker bond, ik hou er van! (alweer).
Gasten kunnen hun bedden zelf uitkiezen. Zo is er het Twisterbed, een schommelbed en zelfs een tipi-tent. Ik heb het geluk gehad hier een weekje mee te mogen helpen.

Ik werkte per dag 5 uur en was verder vrij. Aangezien het in die week abnormaal warm was deed ik niet zo veel. Het plaatsje staat bekend om de Leeuwenrots die je kunt beklimmen. Op mijn lijstje stond echter het beklimmen van de Pidurangala, de rots tegenover de Leeuwenrots. Dat heb ik gedaan en ik ben zelfs over de leeuwenrots heen gesprongen (haha).

img_3481-1

In het hostel hielp ik voornamelijk met het ontbijt en de lunch samen met ‘Mama’ in de keuken. Ze vertelde me dat iedereen die hier werkt een zoon of dochter voor haar is. In de keuken ging het dan ook zo: “Dochter kun je me dat aangeven? Dankjewel dochter. Dochter kom samen thee drinken”. De hele week voelde ook aan als een soort ‘thuis zijn’. Een familie waarbij het personeel goed blend met de gasten. Als het eten klaar was mocht iemand de bel laten rinkelen en iedereen at aan een grote tafel waar de schotels vol lekker eten werden doorgegeven. Zo’n vertrouwde sfeer heb ik zelden in een hostel tijdens mijn reis meegemaakt. Iedereen bracht zijn bordje weg en na het eten kletsten we aan de grote tafel. Er werd gitaar gespeeld, getrommeld en gezongen. Er werden armbandjes, kettingen en dromenvangers gemaakt. En de hond van de buren “Diego” zwierf er een beetje tussendoor en zocht in de slaapzaal ook een stoel op waar hij kon slapen.

En zo voegde iedereen wel iets toe aan de leuke sfeer. Ik vond het echt heel jammer om deze plek achter me te laten. Maar helaas, mijn 1-maand visum Sri Lanka verloopt dus het is tijd om naar een ander land te gaan.

En tot slot: HIEPERDEPIEP HOERA!

f79a36ea-7514-49ce-b610-a3ee11916c28

6 maanden aan het reizen: “I can do it!”/ “Still going strong”/ “Danoontjepowerrrrrrrr”, of bedenk zelf een zin bij deze foto.

Liefs uit Sri Lanka

Sri Pada, ookwel Adam’s Peak, wordt gezien als een heilige berg. Het beklimmen van deze 2243 meter hoge berg wordt gezien als een ware pelgrimstocht voor zowel christenen als boeddhisten als hindoes. Afhankelijk van het geloof wordt er geloofd dat hier de eerste voet op aarde is gezet door Adam of Boeddha of Shiva. Gelovig of niet, het beklimmen van deze berg is een Bucketlister. Dus ook voor mij.

Om 2 uur ’s nachts begon ik aan mijn klim, samen met nog heel veel andere mensen; toeristen maar voornamelijk lokale mensen. Aangezien het nu vakantie is vanwege het Nieuwjaar dat een paar dagen geleden gevierd werd, was het heel erg druk op de berg. Van verschillende monniken kreeg ik touwtjes als armbandjes omgeknoopt terwijl ze me zegenden en veel succes wensten. Het pad naar de top is verlicht en van ver weg al goed te zien Het was het enige wat ik zag aangezien het ’s nachts was, heel mooi!

img_3186
5500 Treden of 3 uur later, bereikte ik de top. Hier zag ik de “voetafdruk” van Adam/Boeddha/Shiva en gaf ik een slinger aan de bel. En toen, na één uur wachten kwam daar de zon op en werd het begin van een nieuwe dag aangekondigd door trommels en gebeden. Heel erg indrukwekkend om te zien. Maar niet alleen het zien van de zonsopkomst. De hele klim omhoog was indrukwekkend. Ik zag families die met z’n allen naar boven liepen, oude oma’s en opa’s die door de kleinkinderen ondersteund werden, moeders die hun baby droegen, vaders die hun slapend kind op de arm droegen terwijl ze de steile treden beklommen, gebeden die gezegd, gehoord en herhaald werden door de omstanders, wierrook dat aangestoken werd en etenswaren dat geofferd werd.

img_3187

En na 5500 treden en hele erge vermoeide benen stond ik weer beneden aan de voet van de berg.

 

Sri Lanka, “parel van de Indische Oceaan”. En wat voor een pareltje. Een prachtig eiland dat zo ontzettend divers is. Ik hou wel van de afwisseling, anders wordt het reizen ook zo eentonig (haha). Ik begon mijn reis door Sri Lanka in het zuidelijke Mirissa waar ik ongeveer een week ben blijven hangen. De woorden ‘zon, zee, strand en lekker verbrand’ vatten mijn eerste dagen perfect samen. Het was alweer zo’n 3 maanden geleden dat ik op het strand heb gelegen met een kokosnoot, dus het was dan ook volop genieten. De laatste paar dagen bracht ik door in het nabijgelegen Weligama waar de golven perfect zijn om te surfen. Voor alles is een eerste keer, dus hier kreeg ik mijn eerste surfles. En mijn tweede. En mijn derde. En mijn vierde. Surfen is moeilijk hoor en vermoeiend. Maar het lukte en het was leuk.

img_3040

Vervolgens nam ik een bus naar Udawalawe. Reizen door Sri Lanka is super makkelijk te doen met het openbaar vervoer. Daarbij is het belachelijk goedkoop. Voor een ritje van 6 uur moest ik 180 roepies betalen. Dat is omgerekend €1,11. Ik moest wel nog een kaartje voor mijn grote monster van een backpack kopen, want hij nam teveel plek in beslag. Het openbaar vervoer is dus super goedkoop maar ook super vol. Als je aan een spel mee zou doen waarbij de vraag werd gesteld om een schatting te maken van het aantal mensen dat in een bus past, zou je altijd verliezen. Een bus is namelijk nooit vol, er kan er altijd nog wel eentje bij, of tien. In Udawalawe ging ik naar een olifantenweeshuis, waar olifantjes worden opgevangen. Ik zag hoe ze hun melk kregen, heel erg schattig. Als ze groot genoeg zijn worden ze vrij gelaten in het National Park van Udwalawe.

Dit park bezocht ik tijdens zonsopkomst in een Jeep. En hier zag ik voor de eerste keer wilde olifanten rondlopen. Wauw!!

Ik vervolgde mijn reis naar Haputale, een dorp waar heel veel theevelden te vinden zijn. Tijdens zonsopkomst bezocht ik Lipton’s Seat, een uitkijkpunt over de theeplantages dat vroeger gebruikt werd door Thomas Lipton, oprichter van het theemerk. Als grote theekenner (haha) moest ik hier natuurlijk een bezoekje aan brengen en vervolgens net doen alsof de Teazone-crew aanwezig was.

img_3162

img_3149

Niet alleen de bussen maar ook de treinen raken overvol. Maar het is zo mooi om met de trein te reizen. De trein rijdt langzaam en komt langs veel theevelden en dorpjes waar mensen langs de kant staan te kijken en zwaaien. De 7 uur durende treinreis tussen de plaatsen Kandy en Ella wordt hierdoor beschouwd als een van de mooiste treinritten ter wereld. Gelukkig had ik voor deze rit een plekje weten te bemachtigen. De trein rijdt met de deuren open en zelfs in de deuropeningen staan mensen, ze hangen naar buiten of zitten op de grond. Maar iedereen, lokale mensen en toeristen, kijkt naar buiten, genietend en wegdromend door het prachtige uitzicht. Heel mooi!

img_3205

img_3209

img_3213